een nieuw jaar een nieuwe kijk op de orchieeën !
vzw Papilio
Contact
Soorten
Diversen
Foto's
Agenda

CYMBIDIUM

Wordt de koning in de orchideeënwereld genoemd.
Is te weinig bij de liefhebber te vinden.
De meeste hybriden van nu zijn goede bloeiers.
Men heeft de vroege, de middenvroege en de late bloeiers en loopt van oktober tot juni.

 

De mogelijke oorzaken van geen bloei zijn :

Een te late groeistart in de lente.
Vragen heel veel licht tijdens de groei.
Een temperatuurverschil van een 10-tal graden tussen dag en nocht is noodzakelijk voor de bloemaanleg.
Cymbidiums vragen een goeie bemesting en zonder onderbreking.
Tijdens de intense groie overvloedig gieten want ze zijn gevoelig voor te veel zouten.

 

 

De nieuwe scheut is scherp van vorm en de nieuwe blaadjes gaan vlug uit elkaar. De bloembot is dik en kogelvormig (zie foto)

 

 

 

VERSPREIDING

Cymbidium heeft een zeer ruim verspreidingsgebied.De soorten komen voor in de heuvels aan de voet van de Himalaya (koud) tot de kusten van China en zelfs in Australië. Met andere woorden we vinden ze zowel in het tropisch regenwoud als in woestijnachtige gebieden. De meeste hybriden stammen af van soorten gevonden aan de Himalaya-heuvels, Noord-Indië, Birma, Tailand, Vietnam, Japan. Dit is reeds een indicatie voor de cultuur, gekenmerkt door grote verschillen tussen dag- en nachttemperaturen en veel neerslag tijdens het natte seizoen. In de natuur komen een zestigtal soorten voor. Bij ons is Cymbidium samen met Phalaenopsis één van de meest populaire en commerciële orchideeën. De redenen liggen voor de hand :

  1. het is een zeer goede snijbloem, rijk gevatieerd aan kleur en lang houdbaar.
  2. als plant is het een sterk exemplaar met een minimale zorgbehoefte.

HISTORIEK

In 1788 werd de eerste Cymbidium herkend en beschreven door de zweed Olof Schwartz. De naam komt van het Griekse woord “Kymbos” (=boot) naar de vorm van de lip. Sedert midden 19de eeuw worden de eerste Cymbidiums in verzamelingen aangetroffen.

Al snel werd er gekruist met enkele botanische soorten, waardoor fe eerste hybriden ontstonden en het zijn die hybriden die nog steeds aan de basis liggen van de ontelbare hybriden die we nu aantreffen.

Enkele historische namen bij de Cymbidiumkwekers zijn H.G. Alexander en (we mogen wel eens chauvinistisch doen) Pauwels, een kweker uit het Gentse die in de dertiger jaren een belangrijke hybridenouder op de markt bracht. (C.Pauwelsii”Babylon”).

De huidige tendens in de hybridisatie streefr naar een steeds grotere kleurvariatie, langere en meer verspreide bloeitijden en om sterkere en meer gedrongen planten.

CULTUUR

  • Temperatuur

Zoals reeds opgemerkt is de temperatuur, en meer bepaald het verschil tussen de dag- en nachttemperatuur in de oorspronkelijke gebieden opvallend groot, soms wel 20°C.

Als algemene regel kunnen we stellen dat de planten in de zomer best buiten kunnen gekweekt worden want ze willen absoluut koude nachten. Dit temperatuurverschil is nodig om de bloeiaanleg te verzekeren.

’s Winters zetten we de planten koeler : 15- 18°C overdag en liefst niet kouder dan 7°C 's nachts, omdat er bij lagere temperaturen gevaar voor knopval is. Toch is het niet aan te raden dit lang aan te houden.

  • Luchten, luchtvochtigheid, schermen

Voor de buitenplanten is dit stukje uiteraard niet van toepassing, enkel voor de kaskwekers.

De kas wordt gelucht als de temperatuur meer dan 16°C bedraagt in de winter en gedurende de andere seizoenen als de temperatuur meer dan 19°C is.

’s Zomers en op zonnige lentedagen twee tot drie keer per dag vernevelen.

’s Winters, wanneer er drogere lucht ontstaat door de verwarming, wordt best in de morgen verneveld om zeker te zijn dat alle vochtdruppels opgedroogd zijn.

Schermen is in principe niet nodig want de plant kan zeer veel licht aan. De reden voor het schermen is om de temperatuur niet te hoog te laten oplopen.

  • Water en bemesten.

Vanaf de lente tot de zomer moet er veel gegoten worden om geen groeistilstand te veroorzaken wat den nadele zou zijn van de bloei. Als je maar goed draineert kan je niet teveel water geven.

Omdat een Cymbidium steeds verder groeit en dit proces langzamer gaat tijdens de winter, kunnen we de plant ’s winters dan ook niet helemaal laten uitdrogen. Spaarzaam gieten dus.

Bemesten doe je op de volgende manier : als starter een stikstofrijk mengsel (een hoog N-getal) tot eind mei. Voor de verdere groei een evenwichtige meststof (tot juli) geven. Voor de bloei een fosforrijk mengsel geven (een hoge P-getal) in augustus en september. Vanaf september tot maart niet mesten.

  • Grondmengsel en verpotten.

Elke kweker zweert bij zijn eigen mengsel gaande van schors, turf tot zelfs rotswol. Een Cymbidium kan alles aan. Het basismengsel van de club is goed bruikbaar

Een ideale zuurtegraad is 5,5-6 Ph. Dit wordt bereikt door licht te bekalken (1 koffielepel 2 tot 3 maal per jaar).

Verpotten die je in het vroege voorjaar of direct na de bloei. Jonge planten verpot je jaarlijks, oudere planten worden om de twee verpot. Zorg steeds dat de jonge scheuten naar de potrand toe kunnen groeien.

  • Vermeerdering.

De eenvoudigste manier is de deling. Dit doe je door met een zuiver mes de wortelstok door te snijden. Op deze manier kan je de plant in meerdere delen opsplitsen. Vergeet niet dat je minstens 2 bulben moet laten zitten omdat de plant niet te veel mag verzwakken. Al deze delen kun je apart oppotten.

Een tweede succesvolle methode voor de liefhebber is om uit de oude, bladerloze pseudo- bulben nieuwe planten te kweken. Bekijk de bulb goed aan de basis. Onder de schubben moet er een slapend oog zijn. Zo ja, zet de bulb dan in een vochtig, warm en beschaduwd milieu bijvoorbeeld in vochtig mos in een plastiekzak of miniserrre.

Na enkele weken begint het groeipunt zich te ontwikkelen tot een nieuwe bulb. Het duurt wel enkele jaren eer je terug een krachtige bloeibare plant hebt maar het loont toch de moeite.

Professionele kwekers vermeerderen door zaaien of door meiristeemkultuur. Dit laatste is onder labo omstandigheden de meristeem opsplitsen in ontelbare delen die telkens een nieuwe plant opleveren identiek aan de moederplant.

  • Ziekten en plagen.

Hoewel een Cymbidium een sterke plant is, kent hij toch enkele belagers.

  • Ten eerste is er de spintmijt, veroorzaakt door ye droge lucht. Behandeling gebeurt met bijvoorbeeld Pentac.
  • Ten tweede is er de schild- en dopluis, die moeilijker te bestrijden is door het beschermend schild. Behandeling met bijvoorbeeld Malathion. Zonodig herhalen.
  • Ten derde is er de bladluis die de bloemen aantast, eveneens te behandelen met Malathion.
  • Ten vierde zijn er slakken, die vooral de bloemen aantasten. Behandeling met slakkenkorrels.
  • Verder is er nog het cymbidium-mozaïekvirus waar vooralsnog geen behandeling voor bestaat.

Zwarte vlekken op de bladeren wil zeggen dat je fouten gemaakt hebt tijdens de kweek. Bloemknopval kan verschillende oorzaken hebben, gaande van teveel tocht, lichtgebrek, rookuitwasemingen, te lage temperatuur, slechte gezondheid tot te veel of te weinig water.

TOP

Sitemap