een nieuw jaar een nieuwe kijk op de orchieeën !
vzw Papilio
Contact
Soorten
Diversen
Foto's
Agenda
Ongedierte- Insecten

Ziekten en plagen

Schimmelziekten

Bij orchideeën wordt een onderverdeling van schimmels gemaakt in 3 groepen :

  1. Rotting van wortels, wortelstokken en bladeren.
  2. Vlekken op de bladeren, knollen en bloemen
  3. Roetaantasting

De rottingen zijn het meest te vrezen voor orchideeën omdat ze moeilijk te bestrijden zijn door hun verborgen begin. Vlekken op bladeren en knollen zijn in principe minder schadelijk omdat ze door hun plaatselijk voorkomen bestreden kunnen worden. De roesten zijn niet erg gevaarlijk voor de plant en kunnen makkelijk bestreden worden.

Rottingen

Tropische orchideeën zijn over het algemeen epifyten. D.w.z. dat ze leven op bomen en dat ze zodus niet in contact komen met de grond. Komen die wortels wel in contact met de grond omdat wij ze in potten telen, dan worden zij blootgesteld aan parasitaire wondschimmels die in de grond voorkomen zoals pythium, phytophtora en fusarium.

Het is vanzelfsprekend dat een plant geen resistentie heeft tegen een schimmel waarmee zij in de natuur nooit mee te maken heeft. De rottingen die uit dit onnatuurlijk contact voortvloeien behoren dan ook tot de ergste ziekten die bij orchideeën voorkomen.

Deze rottingen hebben meestal de dood van de gehele plant tot gevolg. Wortels in potten hebben veel meer kans aan deze rottingen tenonder te gaan door de hoge RV (relatieve vochtigheid) in de pot, vooral als het plantenmengsel vergaan is en tot stagnatie van water tot gevolg heeft.
Hoge RV is bevordelijk voor rotting aan bladeren knollen en stengels.

Zwartrot

Zwartrot wordt veroorzaakt door phytophtore of phytium. De infectie begint in het blad, nieuwe scheut, wortelstok of wortel.
Eerste symptomen zijn een donkerviolette verkleuring die in zwart overgaat en zich van gezond weefsel afscheid door een geel verkleurde zone.
Beide schimmels zijn bodemschimmels. Lage temperatuur en hoge RV zijn de ideale omstandigheden voor de ontwikkeling van zwartrot.
Daar de schimmel zich diep in de plant bevindt is een bestrijding door bespuiting onmogelijk.
Bespuiting is wel mogelijk indien men gebruik maakt van een systemisch middel.
Bij orchideeën is het aangewezen de zieke delen tot op het gezonde weg te snijden en de wonde te bespuiten met een beschermend fungicide.

Rhizoctonia-wortelrot

Voor orchideeën is dit een merkwaardige ziekte omdat de schimmel rhizoctonia verwant is met de schimmel die pas gekiemde orchideezaadjes in staat stelt om te groeien door een symbiose aan te gaan met jet kiempje waarbij koolhydraat van de schimmel ontvangt. Rhizoctonia is een parasiet vooral voor jonge kiemplantjes. Symtomen : De wortels worden bruin van binnen en van buiten. Ook bulben en wortelstokken kunnen aangetast worden.

Bestrijding : Alle rotte delen wegsnijden, de wonden laten opdrogen en bespuiten met een fungicide.

Fusarium-verwelkingsziekte

De symptomen hiervan lijken goed op deze van wortelrot maar deze ziekte is hiervan te onderscheiden doordat in geval van fusarium-verwelkingsziekte in de wortelrot op doorsnee een cirkelvormige rose tot purperen verkleuring te zien is. Infectie gebeurd vanuit de wortels of door een foorgesneden rhizoomeind.

Botrytisrot

Botrytis is bij orchideeën vooral te vrezen op de bloembladeren van Cattleya en Phalaenopsis.
Ook andere delen van de plant kunnen aangetast worden.
Bloemen die langere tijd open staan kunnen aangetast woren, maar ook bij hoge RV kunnen pas geopende bloemen bruine stippen gaan vertonen.
Bitrytis kan op allerlei door plantenmateriaal saprofytisch leven en veel sporen vormen. Het is dus sterk aan te raden dode bladeren en plantendelen te verwijderen. Probeer dit te voorkomen door een lagere RV en preventief te spuiten.

Colletrotrichum - bladvlekken

Is het meest voorkomende schimmel op de bladeren van orchideeën. Bij deze aantasting ontstaat er een bruin zwarte inzinking op het blad. Het zal zelden gezonde bladeren aantasten. Meestal is een colletrotrichum aantasting te vinden op verzwakt weefsel (koude, zonnebrand) of bij beschadiging van het blad.
Tengevolge van deze aantasting ontstaat een bruine verkleuring die zich uitbreidt en daarbij parallelle rijen met vruchtlichamen vormt. De sporen worden met waterdruppels verspreid. Proberen de aangetaste bladeren weg te knippen voor de sporen tot ontwikkeling komen is de beste preventieve methode. Helpt dit niet dan zal spuiten met fungiciden noodzakelijk zijn.

Roestaantastingen

Zijn sporehoopjes die gevormd wordn op de bladeren. Vooral op orchideeën die pas uit het oerwoud zijn geïmporteerd zijn vertonen dikwijls tekenen van roetaantasting. De kleur van de sporehoopjes varieert van orgnje tot geel, bruingeel en bruin. Een bespuiting met de fungiciden is als regel voldoende om roest te bestrijden.

Bacterieziekten

Bacteriebladvlekkenziekte komt vooral voor bij Phalaenopsis. Grote gedeelten van de bladeren verrotten in een vrij jong stadium wat bladluisvorming tot gevolg hebben. Wanneer planten dicht bij elkaar staan kan de ziekte grote schade veroorzaken. Men doet er goed aan om aangetaste planten zo snel mogelijk te vernietigen.

Top

Ongedierten

In kassen komen ook klassieke bodemdieren voor die eveneens schade kunnen veroorzaken vb. miljoenpoten en pissebedden die gretig de jonge wortelpuntjes afvreten. Deze algemeen voorkomende plantenbeschaderigers en de bodemdieren zijn in de kassen de meest voorkomende plagen.

Wel is op te letten met pas geïmporteerd materiaal die ongedierte kan bevatten die enkel specifiek op orchideeën voorkomt.
Aan te raden is het in quarantaine houden om te voorkomen dat zeer schadelijke insekten zich in de kas zouden kunen vestigen en in korte tijd aan veel orchideeën schade zou berokken.

Top

Mijten

Mijten is één van de meest voorkomende, hardnekkige en steeds weer voorkomende plaag bij orchideeën.
Mijten zijn niet groter dan 1 mm en die evenals de insekten, pissebedden, spinnen, miljoen- en duizendpoten behoren tot de geleedpotigen.
Op planten kunnen veel soorten mijten worden aangetroffen. Meest voorkomende zijn de spintmijten. Deze vertoeven aan de onderkant van de bladeren.

Met het blote oog zijn ze nauwelijke zichtbaar. Wanneer men ze vergroot dan ziet men dat ze bolvormig zijn met 8 tamelijke lange poten.
Het lichaam en poten zijn bezet met lange opgerichte haren. De kleur varieert doorgaans van licht geelgroen tot donkergroen. De meest voorkomende spintmijt is de bonespintmijt (Tetrachus urticae).
Deze komt vooral voor waar cultuurplanten gekweekt worden. Het aantal waardplanten van de bonespint is oneindig groot. De schade onstaat doordat de mijten zich aan de onderkant van de bladeren bevinden met hun stiletvormige monddelen die cellen stukprikken en vervolgens het uittredende celvocht opzuigen.
Is de ene cel opgezogen dan neemt de mijt de dichtzijnde volgende cel, hierdoor ontstaat er bij eleke mijt een plek met leeggezogen cellen die door het binnendringen van lucht in de cellen een zilverachtige of witachtige indruk geeft. Ook doordat er een beetje speelsel in de cellen wordt binnengebracht ontstaat er een prikkeling die gele vlekken doet ontstaan. Na enige tijd gaan deze bruin kleuren. Mijtschade zal vooral optreden bij warm en droog weer bij een lage relatieve vochtigheid.

Ontwikkeling

De ontwikkeling van de mijten van ei tot volwassen insekt is sterk afhankelijk van de temperatuur. Bij een hoge temperatuur ( 32°C) komen de eirenen na 3 dagen uit. Bij een lage temperatuur ( 10°C) kan het 28 tot 30 dagen duren vooraleer de eitjes uitkomen.
Doordat spintmijten zich zo snel voortplanten en ontwikkelen (in een warme kas ontstaat een nieuwe generatie na elke 2 à 3 weken) ontstaat er al snel een overbevolking. De mijten verspreiden sich en begeven zich naar de toppen van de planten waar ze uitgebreide spinsels maken. Bij wind laten ze gemakkelijk los en worden dan vaak over grote afstanden verspreid.
Bestrijding van spintmijt door gebruik te maken van acarciden (pentac, kethane).

Bladluizen

Komen zeer veel voor bij orchideeën. Deze kleine weke groenachtigen geel, bruin tot zwrtachtige insecten hebben stekende-zuigende monddelen waarmee zij in het plantweefsel steken en hun voedsel onttrekken van de sapstroom.
Dit speeksel is min of meer giftig waardoor bij de plant misvormingen kunnen optreden. Ook zij bladluizen bekende virusoverbrengers. Ze scheiden ook een kleverige vloeistof af die men honingdauw noemt waarop zich een schimmel vormt, de zogenaamde roetdauwschimmel. Hierdoor kan de assimilatie van de planten sterk belemmerd worden.

Verscheidene mieresoorten zuigen deze vloeibare uitwerpselen op die tevens veel suikers bevatten. Bladluiskolonies worden vaak beschermd door mieren die deze als "melkkoeien" exploiteren.
De in de kas voorkomende bladluizen zijn het gehele jaar door op kruidachtige planten te vinden als vleugelloze wijfjes.

Schildluizen - Dopluizen - Wolluizen - Wortelluizen

Deze aan elkaar verwante insecten kunnen uiterlijk sterk van elkaar verschillen en behoren evenals de bladluizen tot de Hteroptera-Homoptera waartoe ook de witte vliegen en bladvlooien behoren.
Schildluizen zuigen ook het plantensap uit het plantenweefsel met behulp van hun stekend zuigende monddelen. Ook hier is de grootste schade te wijten aan de giftige werking van het afgescheiden speeksel dat in de steekwonden wordt gebracht.
Hierdoor wordt de groei afgeremd en kunnen er eveneens groeimisvormingen optreden.

Volwassen schildluiswijfjes zitten onbeweegelijk vast op de plant en produceren een groot aantal eitjes. De larven hebben goed ontwikkelde poten en verlaten hun plaats onder het moederschild en zoeken al rondlopend een nieuwe plaats om zich vast te hechten. Zodra ze gaan zuigen vervellen de larven en verliezen min of meer hun vermogen om te lopen.
Vele dopluissoorten en vooral wolluis en wortelluissoorten behouden min of meer het vermogen zich te verplaatsen gedurende hun verder leven.

 

Schildluizen kunnen onderverdeeld worden in 3 groepen.

Echte schildluizen
Dopluizen
Wolluizen
Top

 

Sitemap